tussen spoor & Watering III

De Salamander, De Rozenboom, De Kleine Poort, De Eendracht en De Lattenpik

oude veldnamen in het Westzijderveld / 14


Op de oostoever van de Watering hebben tussen de Mallegatsloot en de Weelsloot 5 molens gestaan en op de zuidoever van de Weelsloot tussen de Waterig en de (latere) spoorbaan 3. Maar dan tel ik De Glazenmaker dubbel; die stond op de hoek van de Watering en de Weelsloot. In totaal dus 7 ‘oevermolens’: 5 pelmolens, 1 oliemolen, 1 verfmolen.

In dit gebiedje, tussen spoor en Watering, groot zo’n 60 hectare, stonden nog ten minste vier andere molens. Géén pelmolens, maar 3 houtzaagmolens en 1 papiermolen. Ze stonden er echter niet alle vier tegelijkertijd: toen De Eendracht werd gebouwd, was De Salamander allang verdwenen.


In een eerder stukje is de infrastructuur van het gebied al even ter sprake gekomen. Het ging toen onder meer over twee oost-west lopende, aaneengelegen akkers, beide met de naam Padland. Via deze twee percelen kon je helemaal tot aan de Watering komen.
500 meter ten zuiden van dit pad lag het Relkenpad. Dit pad ontsloot de molens De Kleine Poort en De Salamander, en later De Matsman. De sloot ten zuiden van het Relkenpad was de Relkenpadsloot. Zowel het pad als de sloot zijn verdwenen. Het tracé is ingenomen door de Reëelenstraat (nabij de Zaan) en de Hyacintstraat (in Koog-Bloemwijk). Trek je de lijn door, over het spoor, dan kom je uit bij de Cacaomolen, een straat in Westerkoog.

uitsnede veldnamenkaart

uitsnede Veldnamenkaart 1972 
(kaart Gemeentearchief Zaanstad) 

De Salamander
grauwpapiermolen
a° 1660, 1742 verbrand
Op 27 januari 1728 werden op een veiling parten (aandelen) aangeboden in de papiermolen de Salamander, en ’t land, groot 1229 roeden [≈ 1¾ ha], staende en leggende tot Coogh ten eijnde van ’t  relke pat.
Op 9 september 1742 verbrandde De Salamander. Het land waarop de molen had gestaan werd in 1746 aangekocht door Claas Mats.¹ Hij was al eigenaar van een stuk land dat ten westen van het molenerf lag. Mats liet een nieuwe molen bouwen, een pelmolen, echter niet op het voormalige erf van De Salamander, maar op een nabijgelegen oeverlandje aan de Watering, daar waar op de veldnamenkaart de Werf van de Matsman staat ingetekend.

Het perceel waarop De Salamander heeft gestaan, heet op de kaart het Matsmanstuk. Deze naam moet een bestaande veldnaam hebben overschreven, ¿misschien wel een veldnaam die naar De Salamander verwees.


De akkers aan weerszijden van de Veersloot hebben op de veldnamenkaart boom-namen: Pereboom (zuidzijde) en Elzenboom en Rozeboom (noordzijde).
Er waren weliswaar Zaanse kooplieden met de familienaam Perenboom² en ook waren er Zaanse molens die De Perenboom heetten, maar voor zover ik weet heeft er ter plaatse geen molen De Pereboom gestaan.
De veldnaam De Elzenboom verwijst wél naar een molen, namelijk naar pelmolen De Elzenboom, die vlakbij aan de Watering stond.
En de veldnaam De Rozeboom ten slotte verwijst naar….

De Rozenboom
veerzager, later mosterdmolen
a° 1723, 1814 verbrand.
De molen heeft in zijn 91-jarig bestaan maar liefst zes verschillende eigenaars gehad: Gerrit Kool, aan wie in 1723 de windbrief werd overhandigd, en vervolgens Prins, Spits, Hos, Kluijver en Hartog.

Molendatabase.nl situeert De Rozenboom in het verlengde van de Julianastraat en ten westen van de spoorlijn. Dan kom je in Westerkoog uit bij de Rozeboom en Elzeboom; deze straten zijn dus spot on.


Dichtbij het spoor stonden twee houtzaagmolens: De Kleine Poort en De Eendracht. Het waren geen grote houtzagers – geen balkenzagers of wagenschotzagers – maar lattenzagers of veerzagers.
Te beginnen met de oudste:

De Kleine Poort
veerzager
a° 1685?, 1921 gesloopt
Op 7 april 1674 bood Jan Evertsz. een veersagersmolentje te koop aan, met 16 zagen, 4 zeijlen en verdere toebehoren, staende en gelegen op ’t relckepadt, op de Koogh. De koper moest het molentje uiterlijk 1 mei weghalen. Vermoedelijk is op dezelfde plaats weer een veerzager gebouwd, namelijk het paltrokmolentje waarvoor Maarten Dirksz Poort op 25 januari 1685 de windbrief ontving. Diens familienaam en het geringe formaat van de molen verklaart de naam van de nieuwe molen: De Kleine Poort. Het attribuut klein zal ook zijn bedoeld om hem te onderscheiden van De Poort, een zaagmolen die aan en ten noorden van de Mallegatsloot stond, ten oosten van de latere spoorlijn.

Op de veldnamenkaart wordt de locatie van De Kleine Poort gemarkeerd door het vierkante perceeltje De Kleine Poort. Op het voormalige molenerf is later een boerderij gebouwd, en die staat er nog altijd, schuin achter station Koog aan de Zaan, aan een restant van de Relkenpadsloot.

De Eendracht
lattenzager
a° 1839,1905 onttakeld,1924 gesloopt.
De Eendracht stond zo’n 100 meter ten noorden van de Mallegatsloot, op de westoever van De Dors. Het voormalige molenerf wordt op de veldnamenkaart gemarkeerd door het perceel met de naam De Eendracht. Tussen dit perceel en de Watering lag een lang en smal perceel dat op de veldnamenkaart Lattepik heet. Gerrit Jacob Boekenoogen verklaart het woord lattenpik met ‘lattenzager’, een molen voor het zagen van latten. Geen balkenzager of wagenschotzager dus, maar een lichte houtzaagmolen. De Lattenpik was de bijnaam van De Eendracht.

De Lattepik en De Eendracht zijn 19e-eeuwse veldnamen, want De Eendracht werd pas in 1839 gebouwd.


In de wijk Westerkoog tref je ook de straatnaam De Locomotief aan, en ook die naam verwijst naar een molen. Heel toepasselijk is het de naam van de weg die naar het NS-station leidt. Op de veldnamenkaart zal men echter tevergeefs naar de naam Locomotief zoeken. Molen De Locomotief stond namelijk ten oosten van de spoorlijn, net buiten het plangebied. Maar zijn naam was te mooi om te laten lopen, dus is hij in de straatnaamgeving gefietst.


Dirk Glandorf




1 Claas Mats duikt geregeld op in het dagboek van Aafje Gijsen, want hij was Aafjes oom en de zakelijk adviseur van Aafjes moeder, de weduwe Gijsen.
2 Bijv. Jacob en Adriaan Peerenboom, vader en zoon, die in de 18e eeuw eigenaar waren van De Rob, een loodwitmolen die ten oosten van de latere spoorlijn stond.
3 De familie Poort was al eigenaar van balkenzager De Groene Jager. Ook deze molen stond ten oosten van de latere spoorlijn.
Bij Buijs heet De Kleine Poort overigens ‘Kleine Poortje’.


Referenties
Het dagverhaal van Aafje Gijsen, 1773-1775, toegelicht en van aantekeningen voorzien door J.W. van Sante, 1986, p. 33-34.
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal, 1897, lemma lattepik.
Willem Buijs Pzn., De windmolens aan de Zaanstreek (1439-1918), 1919.
P. Boorsma, Duizend Zaanse Molens, 1950, p. 152.
Gemeentewerken Koog aan de Zaan, ‘Benaming gronden in het Westzijderveld te Koog a/d Zaan’ [veldnamenkaart in de Beeldbank v.h. Gemeentearchief Zaanstad], 1972.
Ron Couwenhoven, 1100 Zaanse Molens, 2015.
Molendatabase.nl.



» De Mok, De Slabbert en De Glazenmaker.
» Geerteveld, Knosterveld, Molenveld, Paalveld, Veeringveld en Vijfpootveld.
» Baard Springer, Drielingen, Gouwstuk, Het Matje en Ruzieakker.
» Chocoladewerf, Polder van De Wezel, De Veerling en De Storm.
» Akkers van De Waterhond, Matsmanstuk, De Elzenboom en Padland.
» Mallegat, Sigaar, Texel, Het Hofje en de Polder van Wijb Verwer.
» De Bankies, Henstuk, Kerkhof, De Stinkerd en De IJzeren Ven.
» Biggenstuk en Varkensland.
» Baanakker, Kopakker, Mosakker, Slijpakker en Turfakker.
» Breedje, Klampakker, Smidslandje, Tweebeen en De Driehond.
» Lombok, ’t Sloppie en Weeshuisland.
» Kousenband, Pruthuisstuk en Ruigebol.
» Legerstuk, De Grote Vijver en Vijvertje.
» index


Geplaatst op 17 april 2026.

© de 5e Verdieping 2026