“The nasal music of the concertina of the bal musette was still in her ears.”


Het was op een avond in de nazomer of het najaar van 1924 dat Ernest Hemingway op het terras van de Closerie des Lilas zat, “watching the light change on the trees and the buildings and the passage of the great slow horses of the outer boulevards.”
Tot de stilte wreed werd verstoord: “Oh here you are.” Het was Ford Madox Ford, de Engelse schrijver.

  “You’re very glum,” he said.
  “No.”
  “Yes you are. You need to get out more. I stopped by to ask you to the little evenings we’re giving in that amusing Ball Musette near the Place Contrescarpe on the rue Cardinal Lemoine.”
  “I lived above it for two years before you came to Paris the last time.”
  “How odd. Are you sure?”
  “Yes,” I said. “I’m sure. The man who owned it had a taxi and when I had to get a plane he’d take me out to the field, and we’d stopped at the zinc bar of the Bal and drink a glass of white wine in the dark before we’d start for the airfield.”
  “I’ve never cared for flying,” Ford said. “You and your wife plan to come to the Bal Musette Saturday night. It’s quite gay. I’ll draw you a map so you can find it. I stumbled on it quite by change.”
  “It’s under 74 rue Cardinal Lemoine,”I said. “I lived on the third floor.”
  “There’s no number,” Ford said. “But you’ll be able to find it if you can find the Place Contrescarpe”.

Hemingway noemt het bal musette als hij John Dos Passos schrijft over het appartement in de Rue Cardinal Lemoine.

We pay 250 francs a month. It is on top of a tall hill¹ in the oldest part of Paris and directly above a fine place called the Bal du printemps. […] The noise of the accordion they dance to you can hear if you listen for it, but it doesn’t intrude.

Hemingway schrijft: “the noise of the accordion they dance to”. In een bal musette danste men op de muziek van de musette. Dat kon een accordeon zijn, of een trekharmonica, of bijvoorbeeld een concertina.

De muziek stoorde Hemingway niet, schrijft hij, dus geluidsoverlast zal wel niet de reden zijn geweest dat de Hemingways begin 1924, na een kort verblijf in Amerika, niet terugverhuisden naar de Rue Cardinal Lemoine, maar gingen wonen in de Rue Notre-Dame-des-Champs.
In de Rue Notre-Dame-des-Champs woonden ook Ford Madox Ford en de Australische kunstenares Stella Bowen. Begin 1925 ontfermden ze zich over de Cara&#;bisch-Engelse Jean Rhys, die dakloos dreigde te worden nadat haar man wegens verduistering in de gevangenis was beland. “She was down to her last three francs and she was sick,” schrijft Bowen in haar memoires. Rhys kwam bij hen inwonen en niet veel later kregen Ford en zij en verhouding. Hun relatie staat centraal in Quartet, de debuutroman van Jean Rhys waarin haar alter ego Marya heet.
Ook in Quartet komt een Bal du Printemps voor.

The Bal du Printemps is a small, dingy café in the Rue Mouffetard. There is a long zinc bar where the clients can drink a peaceful apéritif after the day’s work. There are painted wooden tables, long wooden benches and a small gallery where the band sits – a concertina, a flute and a violin. The couples dance in a cleared space at the end of the room. Men in caps and hatless girls cling together, shake themselves and turn with abandon and a certain amout of genuine enjoyment.
  Two policemen at the door supervise the proceedings, and there is a large placard on the wall:
  ‘Une tenue correcte est rigoureusement exigée.’

Herkennen we hier “de long zinc bar” waar Hemingway een wijntje dronk met de eigenaar van het Bal du Printemps?
Wel situeert Jean Rhys het Bal du Printemps niet in de Rue du Cardinal Lemoine, maar in de Rue Mouffetard.
Bals musette waren rijk gezaaid in het Quartier Sainte-Geneviève. Dit gebied rond het Panthéon was “een van de kleurrijkste armoe-wijken,” aldus Leo Faust² in zijn Nieuwe Gids van Parijs. “Elken avond zingt en snikt de harmonika op de Montagne Sainte-Geneviève. Van de place Maubert tot de rue Mouffetard danst men in het „bal musette”.

Bijna geen landgenoot bezoekt mij of hij vraagt – een beetje ontzagvol fluisterend meestal –: „En zoudt u mij misschien ook kunnen zeggen waar ik eens een typisch, karakteristiek, echt apachen-bal³ kan zien? …” Zoo’n apachen-bal, “bal musette”, gelijk men hier meer zegt, dat heeft voor den netten, braven, gerangeerden Hollander nog meer attractie dan de beste society-dancing of het boeiendste theater.

Een paar bals musette worden door hem in de verf gezet.

•  Op no. 30 van de rue de la Montagne Sainte-Geneviève […] vindt ge een „bal de famille”, dat hecht aan zijn goeden naam. Er heerscht een gemoedelijke toon en het publiek is er „bon enfant”. Men geneert er zich niet voor elkander: het slag vrouwen dat men hier ziet zouden wij in Amsterdam „waspitten”³ noemen. De meesten zijn op sloffen, en de cavaliers: sjouwerlui, polderwerkers, dieven en inbrekers, hebben een pet op en een kiel aan. De patroon, bon vivant, gaat van het eene tafeltje naar het andere, terwijl de harmonika de paren beurtelings doet schuiven of huppelen.

•  Het „bal du Panthéon”, rue Mouffetard [nr. 20], is schitterend verlicht. Het is een lange zaal met rijen tafels en banken, en achterin wordt gedanst. Verderop, in dezelfde straat meer naar beneden toe, in de buurt van Saint-Médard, vindt ge nog andere, kleinere bals. Een (zeer typisch, doch niet geheel ongevaarlijk) op den hoek van de rue Lanneau, is alleen maar Zaterdags en Zondags geopend.

•  Het sjiekste, steeds in diezelfde rue Mouffetard, is het „bal Octobre”. Er is een violist om de harmonika te accompagneeren, en het electrisch licht verwisselt er van kleur: blauw voor de walsjes, rood voor de Java! […] Te zamen vermengd met de „jeunesse du quartier”, vindt ge hier juffertjes met zijden kousen en jeugdige edellieden wier pet volgens de laatste mode is.

Het anonieme bal in de Rue de la Montagne Sainte-Geneviève was een bal de famille. Dat geldt ook voor het Bal du Printemps uit Quartet. Jean Rhys had nog een tip voor ons:

The Bal du Printemps is a family ball. If you want something louche you walk further on and turn twice to the left. Mr Rolls, the author, always hired this place for his weekly parties. Sometimes in the midst of the proceedings the surprised head of one of the usual clients would be thrust into the doorway. The landlord would shrug, wink, gesticulate, explain, and the pale youth would disappear, muttering something like: ‘Mince de poules de luxe!’ But the quality of the brandy left a great deal to be desired. Imagining that it was very weak, people drank a good deal of it, and it generally had a very bad effect on their tempers.

Deze wekelijkse party’s van Rolls uit Quartet doen denken aan Braddocks’s dancing-club uit The Sun Also Rises.

The dancing-club was a bal musette in the Rue de la Montagne Sainte Geneviève. Five nights a week the working people of the Panthéon quarter danced there. One night a week it was the dancing-club. On Monday nights it was closed. When we arrived it was quite empty, except for a policeman sitting near the door, the wife of the proprietor back of the zinc bar, and the proprietor himself. The daughter of the house came downstairs as we went in. There were long benches, and tables ran across the room, and at the far end a dancing-floor.
  ‘I wish people would come earlier,’ Braddocks said. The daughter came up and wanted to know what we would drink. The proprietor got up on a high stool beside the dancing-floor and began to play the accordion. He had a string of bells around one of his ankles and beat time with his foot as he played. Everyone danced. It was hot and we came off the floor perspiring.

In Quartet speelt er een bandje in het Bal du Printemps, een concertina, geaccompagneerd door een fluit en een viool. Als ze gaat slapen hoort Marya de musette nog nagonzen in haar hoofd: “The nasal music of the concertina of the bal musette was still in her ears.”


DG



A Moveable Feast

Hoofdstuk 9:  Ford Maddox Ford and the Devil’s Disciple
(fragment)


  “Je bent nogal somber,” zei hij.
  “Welnee.”
  “Jawel. Je zou er wat vaker uit moeten. Ik kom even langs om je uit te nodigen voor de avondjes die we geven in dat aardige bal musette bij het Place Contrescarpe in de Rue Cardinal Lemoine.”
  “Ik heb er twee jaar boven gewoond; dat was voordat je de laatste keer naar Parijs kwam.”
  “Wat gek. Weet je dat zeker?”
  “Ja, dat weet ik zeker,” zei ik. “De eigenaar had een taxi en als ik een vliegtuig moest halen bracht hij me naar het vliegveld en dan stopten we eerst bij de bar van het Bal en dronken in het donker een glas witte wijn voordat we naar het vliegveld reden.”
  “Dat heeft me nou nooit iets geleken, vliegen,” zei Ford. “Kom zaterdagavond nou maar naar het bal musette, jij en je vrouw. Het is er een vrolijke boel. Ik teken een kaartje voor je, dan kun je het vinden. Ik liep er toevallig tegenaan.”
  “Het is onder Rue Cardinal Lemoine 74,” zei ik. “Ik heb er gewoond, op de derde verdieping.”
  “Een nummer is er niet,” zei Ford. “Maar als je de Place Contrescarpe weet te vinden, vind je het wel.”




1 A tall hill, t.w. de Montagne Sainte-Geneviève.
2 Leo Faust was een Amsterdammer die een café-restaurant dreef aan de Rue Pigalle in Montmartre.
3 Waspit{regionaal; verouderd} fabrieksmeid uit de Jordaan’, apache{als kwetsend ervaren} lid v.d. onderwereld, m.n. in Parijs; syn. straatrover(Van Dale).


Referenties
Leo Faust, Nieuwe Gids van Parijs, 1924, 2 e, geheel herziene druk 1925, p. 60-62, 65-66, 140.
Jean Rhys, Quartet, 1928.
Ernest Hemingway, The Sun Also Rises, 1926.
Stella Bowen, Drawn From Life, 1940, enlarged ed. 1974, p. 166.
Ernest Hemingway, A Moveable Feast [the restored edition], H. 9: ‘Ford Maddox Ford and the Devil’s Disciple’, 1964, ed. 2009.
Jeffrey Meyers, Hemingway, a biography, 1985, p. 64, 125.



» “You are a lost generation.”
» Vissen in de Seine.
» Op het terras van Le Dôme.
» Gans en Hemingway in Le Dôme.
» index


Geplaatst op 23 september 2026.

© de 5e Verdieping 2026